Medische training of fitness

Medische Training of Medische fitness

Medische training of medische fitness (MT) neemt in onze centra al jaren een belangrijke plaats in. In de MT kunt u sporten onder begeleiding van een fysiotherapeut. Dit kan u doen om gewoon lekker te sporten maar ook ter voorkoming van klachten, in aanvulling op de fysiotherapie behandeling of na de fysiotherapie behandeling om optimaal in conditie te komen. Het is de manier van sporten en trainen waarbij kwaliteit en persoonlijke begeleiding voorop staan. Deze manier van trainen en de sfeer zijn duidelijk anders dan in het fitnesscentrum. Met subtiele bewegingen, andere gewichten en specifieke aanwijzingen kan u, met een individueel voor u opgesteld trainingsprogramma, werken aan fitheid, gezondheid of herstel.

medische training

fitness

Doel Medische training therapie

De fysiotherapeut is de specialist in beweging. Met de MT maken we het voor iedereen mogelijk om te sporten onder een begeleiding van een fysiotherapeut. Wilt u op een ontspannen manier sporten of trainen ter verbetering van de houding en beweging, uw fitheid en conditie of uw kracht en lenigheid, dan kan de MTT u daarbij helpen.

 

Werkwijze Medische training therapie

Uw persoonlijke sport/trainingsprogramma wordt samengesteld aan de hand van een intake. In de intake komen de volgende punten aan de orde:

  1. Uw persoonlijke doel van de training.
  2. Eventuele klachten en aandoeningen kunnen besproken worden zodat daarmee rekening gehouden kan worden in het programma.
  3. Eventueel een fysiotherapeutisch onderzoek en/of een conditietest.

Aan de hand van deze intake wordt er een individueel programma samengesteld. Na een inleer periode kan u zelfstandig trainen onder het toeziend oog van een fysiotherapeut. Tussentijds vinden er uiteraard evaluaties en hertesten plaats om de voortgang te meten en uw programma bij te stellen.

 

Voor wie is Medische training therapie

De mensen die bij ons trainen zijn in twee groepen te verdelen:

  • Patiënten die in (fysiotherapeutische) behandeling zijn of een behandelsessie achter de rug hebben en willen doorgaan met trainen onder begeleiding. Op die manier verhogen zij hun belastbaarheid en voorkomt men herhaling van klachten.
  • Mensen die op eigen initiatief bij ons in het MT programma willen sporten onder begeleiding van een fysiotherapeut. Op deze manier kan u op een ontspannen manier en met professionele begeleiding sporten/trainen.

In zijn algemeenheid geldt dat jong en oud, met of zonder klachten, kan sporten/trainen in de MT ter verbetering van houding en beweging en de algehele fitheid en conditie. Specifieke trainingen zijn er voor:

Fasciitis plantaris

Plantaire fasciitis of fasciitis plantaris

Plantaire fasciitis of fasciitis plantaris is een ontsteking van de fascie aan de onderkant van de voetzool. De fascia plantaris is de bindweefselband die onder de voetzool doorloopt en de bal van de voet met het hielbeen verbindt. Deze aandoening veroorzaakt vooral pijn in de hielstreek en daarom spreekt men dikwijls over hielpijn.

Fasciitis plantaris is een vaak voorkomend overbelastingsletsel van de voet. De symptomen: pijn onder het hielbeen (calcaneus) en/of onder de voetzool tijdens gewichtsdragende activiteiten zoals stappen en lopen.

Risicofactoren:

Sporters met een sterke belasting op de fascie, zoals lopers en mensen die springsporten doen hebben een verhoogd risico. Dit is zeker het geval indien de trainingsintensiteit fel wordt opgedreven of er op onaangepaste ondergrond getraind wordt. Het al dan niet dragen van schokdempende schoenen speelt ook een belangrijke rol. Ook een trauma, zoals hard neerkomen op een platte voet, kan aanleiding geven tot fasciitis. Tevens is er een duidelijke correlatie met overgewicht. Verder wordt een slecht afrolpatroon van de voet (zowel in geval van overpronatie als oversupinatie) geassocieerd met deze aandoening. Andere voetafwijkingen zoals een platvoet of holvoet kunnen ook zorgen voor een verhoogde spanning op de fascie, alsmede in geval van een verkorte achillespees of kuitspier. Maar ook overgewicht kan een belangrijk probleem vormen. 

Pathofysiologie

Fasciitis plantaris is een overbelastingsletsel. Veelvuldige belasting van de fascie kan leiden tot microscheurtjes, wat eventueel kan leiden tot ontsteking en degeneratie van het bindweefsel (collageen) in de fascie. De term fasci-itis doet voorkomen dat we hier te maken hebben met een ontstekingsproces (de uitgang -itis wijst op een ontsteking). Hoewel er aanvankelijk inderdaad een ontstekingsproces plaatsvindt, wat zich uit in o.a. roodheid, zwelling en pijn, evolueert deze aandoening snel naar een degeneratief proces. We spreken dan van een tendinose in plaats van een tendinitis. Als de aandoening langdurig bestaat treedt er vaak een verkalking op in de aanhechting van de fascie aan het hielbeen, die de naam ‘hielspoor’ draagt. Deze is echter niet de oorzaak van de pijn of de ziekte maar een gevolg van de ontstekingsprocessen.

Symptomen

Er is een eerder diffuse pijn onder de hiel, die eventueel kan uitbreiden naar de voetzool. Typisch is dat de pijn toeneemt indien men gewicht zet op de voet en dat de pijn het ergst is in het begin van de belasting, bijvoorbeeld ‘s morgens na het uit bed komen of indien men begint te stappen na een tijdje gezeten te hebben. Indien men even rondwandelt zal de pijn vaak verminderen. Vaak is er een specifiek pijnpunt aan de voorzijde van de hiel.

Behandeling van tendinopathie

Een tendinopathie kan erg frustrerend zijn. Door veel onderzoek weten we nu dat er geen snelle oplossingen zijn; de revalidatie van een tendinopathie duurt gemiddeld 12 weken.
Meestal ontstaat zo’n peesprobleem door een combinatie van factoren. Al deze factoren dienen in overweging genomen te worden bij een adequaat behandelplan.
De eerste belangrijke stap in de behandeling is het verminderen en/of aanpassen van de belasting! Echter, helemaal niet belasten is ook schadelijk voor een pees.

Middels speciale oefentherapie, die volledig is gericht op het behandelen van de kwaliteit van de pees, dient rekening gehouden te worden met de verschillen in de eigenschappen van de pees en omliggende structuren, zoals bursae.

Gelukkig zijn de meeste tendinopathieën goed te behandelen door deze combinatie van aanpassen van de belasting, oefentherapie en biomechanische optimalisatie.
De therapeuten van Alpha fysiotherapie weten hoe dit op de juiste manier aangepakt moet worden.
Een injectie met ontstekingsremmende medicijnen heeft bij een tendinopathie meestal geen effect.

 

Differentiaal diagnostiek

De diagnose van fasciitis plantaris wordt soms te snel gesteld. Een goed vraaggesprek met de patiënt (anamnese) is van groot belang. Enkele mogelijke andere oorzaken van hielpijn zijn:

  • afgeleide pijn uit microverkrampingen (myofasciale triggerpoints) in de kuit en/ of voetzoolspieren
  • kneuzing of ontsteking van het vetkussen onder de hiel. De pijn neemt dan meestal toe naarmate men meer wandelt.
  • Ziekte van Séver (eerder bij kinderen rond de 9-10 jaar)
  • compressie van de L5 of S1 zenuwwortel ter hoogte van de lage rug
  • geknelde zenuw (perifeer neurogeen entrapment) ter hoogte van de voetzool
  • stressfracturen van de voetbeentjes
  • geassocieerde hielpijn bij bepaalde reumatische aandoeningen
  • Spina calcanei (hielspoor)

 

 

 

Hielspoor

Is een hielspoor het probleem?

Hielspoor is een van de meest cowboy-achtige diagnosen bij klachten van de voet. Waarom? Omdat een hielspoor vrijwel niets te maken heeft met hielklachten. Toch zijn vele mensen in Nederland overtuigd dat ze een hielspoor hebben en dat deze hun hielklachten veroorzaakt.Hielpijn is een veel voorkomende, vaak langdurige klacht die mensen van alle leeftijden kan treffen. Vrijwel nooit is een eventueel aanwezige hielspoor bijdragend aan het probleem.

Een recent onderzoek dat werd verricht in een universiteitsziekenhuis in Zwitserland liet zien dat bij gezonde volwassenen zonder last in meer dan twintig procent van de voeten een hielspoor te vinden is op een MRI-scan. Deze mensen werden twee jaar gevolgd om te kijken of ze klachten van de hiel zouden ontwikkelen en dat bleek zelden het gevalOm dan tegen alle mensen zonder klachten met hielspoor op een MRI of foto ‘je hebt hielspoor’ te zeggen lijkt wat ver gaan. En van de mensen met klachten van de hiel hebben er ook veel helemaal geen hielspoor op een röntgenfoto.

Het lijkt er veel meer op dat door trekkrachten van voetspieren aan het bot wat extra bot kan worden gevormd, wat dan hielspoor wordt genoemd. Kortom, de spoor is er soms wel, maar speelt nog geen bijrolletje. De tijd dat hielspoor een modieuze diagnose was, lijkt daarmee achter de rug.Maar wat hebben mensen met hielpijnklachten dan wel als een hielspoor er veel minder toe lijkt te doen dan we eerder dachten?

Er zijn wel 35 redenen voor de oorzaak van hielpijn te noemen, variërend van peesplaatirritatie onder de voet, vetkamerschade (niet goed werkende schokdempers onder de voet) tot hielpijn door beklemde zenuwtjes. Juist omdat er zoveel mogelijke diagnosen zijn voor hielpijn, is bij langer duren van een klacht kennis nodig om de achilleshiel van de klacht aan te kunnen wijzen.

 

Fasciitis plantaris is vaak wel het probleem

Ter hoogte van de voetzool loopt een dik peesblad namelijk de fascia plantaris. Deze fascia verbindt het hielbeen met de bal van de voet en zorgt voor stabiliteit en het buigen van de tenen. Fasciitis plantaris is een ontsteking van dit peesblad onder de voetzool.

Een aangroeisel (doornvormige verkalking) onder het hielbeen ter hoogte van de aanhechting van het peesblad is een hielspoor. Onderzoek heeft aangetoond dat bij ongeveer 75% van de volwassen bevolking een dergelijk aangroeisel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs te leiden tot het ontstaan van pijn. Hevige, aanhoudende pijn onder de hiel wordt veelal aangeduid met het begrip ‘hielspoor’.

Klachten 

Pijn ter hoogte van de onderkant van de hiel is het belangrijkste symptoom. ’s Morgens en na lang zitten is de pijn het ergst. In de loop van de dag neemt de pijn af maar op het einde van de dag kan er sprake zijn van een doffe pijn aan de binnenkant van de hiel (dit neemt wel weer af bij rust). In het midden van de voetzool doet het pijn indien u erop drukt. Er kunnen ook ontstekingsverschijnselen aanwezig zijn. Zo kan de hiel rood en gezwollen zijn.

Oorzaken

Hielspoor en fasciitis plantaris zijn typische overbelastingsletsels. Ze komen frequent voor bij:

  • Personen die een loopsport beoefenen (hardlopen, tennis, joggen, golf, enz.)
  • Langdurig gebruik van schoenen met zachte zolen
  • Dragen van schoenen met hoge hakken
  • Staand beroep
  • Overgewicht (een beperkte gewichtstoename van 5 kg kan genoeg zijn om de klachten uit te lokken)
  • Problemen met de voet, zoals platvoeten of holle voeten
  • Te korte kuitspieren

Behandelingsopties

Een tendinopathie kan erg frustrerend zijn. Door veel onderzoek weten we nu dat er geen snelle oplossingen zijn; de revalidatie van een tendinopathie duurt gemiddeld 12 weken.
Meestal ontstaat zo’n peesprobleem door een combinatie van factoren. Al deze factoren dienen in overweging genomen te worden bij een adequaat behandelplan.
De eerste belangrijke stap in de behandeling is het verminderen en/of aanpassen van de belasting! Echter, helemaal niet belasten is ook schadelijk voor een pees.

Middels speciale oefentherapie, die volledig is gericht op het behandelen van de kwaliteit van de pees, dient rekening gehouden te worden met de verschillen in de eigenschappen van de pees en omliggende structuren, zoals bursae.

Gelukkig zijn de meeste tendinopathieën goed te behandelen door deze combinatie van aanpassen van de belasting, oefentherapie en biomechanische optimalisatie.
De therapeuten van Alpha fysiotherapie weten hoe dit op de juiste manier aangepakt moet worden.
Een injectie met ontstekingsremmende medicijnen heeft bij een tendinopathie meestal geen effect.

Thoracic-outlet syndroom

TOS(C) / schoudergordelsyndroom / neurovasculair compressie syndroom

Het thoracic-outlet syndroom (TOS) of thoracis-oulet comprssion syndroom (TOSC) is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij een vaatzenuwbundel in de schouderregio bekneld raakt. Dit geeft problemen in het gebied waar de vaatzenuwbundel naartoe loopt, zoals tintelingen in de vingers of koude handen. 

Deze vaatzenuwbundel loopt vanuit de nek- en borstholte naar de armen toe. De bundel gaat over de eerste rib en loopt onder het sleutelbeen door naar de arm. In het schoudergebied kan hij op verschillende plaatsen bekneld raken. Hierdoor kunnen zenuwen niet meer goed signalen doorgeven en wordt de doorstroming in bloedvaten verstoord. Dit geeft de tintelingen

Wat is nu een TOS

Bij het thoracic-outlet syndroom wordt voor elk punt waar de vaatzenuwbundel bekneld kan raken een aparte naam gebruikt. Zo kennen we het scalenus syndroom (inklemming tussen de scalenus spieren), het halsribsyndroom (inklemming als gevolg van extra ribben in de hals), het costoclaviculair syndroom (inklemming tussen de eerste rib en het sleutelbeen) en het hyperabductiesyndroom (inklemming onder de pectoralis minor spier tijdens het heffen van de arm).

Hoe ontstaat een TOS

De oorzaak van het thoracic-outlet syndroom kan bij verschillende factoren liggen. Dit hangt onder andere af van de bouw van het lichaam en de lichaamshouding die iemand aanneemt. Mensen die voor hun beroep langdurig in dezelfde houding werken, lopen een verhoogd risico.

Welke klachten kunt u hebben

Er zijn een hoop klachten en verschijnselen die op kunnen treden bij het thoracic-outlet syndroom. Afhankelijk van wat er ingeklemd is (ader, slagader of zenuw) kunnen één of meer van de volgende symptomen aanwezig zijn:

  • Vermoeidheidsgevoel van de arm en hand.
  • Koude arm en hand.
  • Een gezwollen arm en hand. Dit kan een gespannen gevoel in het lichaamsdeel geven.
  • Bleekheid of blauw kleuren van de arm en hand.
  • Pijn bij activiteiten waarbij boven schouderhoogte gewerkt wordt.
  • Opgezwollen oppervlakkige aders.
  • Zwakkere hartslag in de pols.
  • Tintelingen, prikkelingen, een doof gevoel of krachtverlies van de arm, hand en vingers.

Diagnose

Er is momenteel nog geen algemene standaard om de diagnose ‘thoracic-outlet syndroom’ te kunnen stellen. De klachten en verschijnselen van de patiënt kunnen samen met de uitslagen van verschillende fysiotherapeutische tests tot een verdenking van de aandoening leiden. De diagnose wordt vaak nog ten onrechte gesteld bij onverklaarbare (neurologische) klachten in de arm. Soms kan een röntgenfoto de lichamelijke afwijking (die tot compressie van de vaatzenuwbundel leidt) aantonen.

Behandeling van TOS

De behandeling is erop gericht de inklemming van de vaatzenuwstreng te verminderen. Bij Alpha fysiotherapie kunnen we u daar goed mee helpen. De fysiotherapeutische behandeling waarbij men geadviseerd wordt dagelijks oefeningen uit te voeren en de lichamelijke conditie op peil te houden is dan vaak de beste methode. Daarnaast worden houdingsinstructies en en andere technieken toegepast.

Achillespees ontsteking

Achillespees ontsteking

Achillespees ontsteking of tendinose / achillespees tendinitis bevindt zich aan de achterzijde van de voet en de enkel. Bij een achillespees ontsteking zit het probleem in de pees zelf of bij de aanhechting ervan op het hielbeen.

De achillespees verbindt de kuitspier (de triceps surae) met het hielbeen. Het is de sterkste pees van het lichaam. Dit is maar goed ook, want tijdens het lopen, hardlopen, traplopen en springen krijgt de pees flinke krachten te verduren.

Beschrijving van een achillespees ontsteking

Bij een achillespees ontsteking of tendinopathie kan de pees in kwaliteit en structuur verminderd zijn (tendinose), of de pees kan ontstoken zijn (tendinitis). Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een tendinopathie van het middengedeelte van de pees, en een tendinopatie van de aanhechting van de pees op het hielbeen. Het blijkt, dat wanneer het middengedeelte van de pees is aangedaan, de klachten sneller verholpen kunnen worden dan wanneer het probleem bij de aanhechting zit.

Oorzaak en ontstaanswijze van deze ontsteking

De klachten ontstaan over het algemeen geleidelijk nadat de pees gedurende langere tijd belast is, overbelasting. Dit hoeft geen zware belasting te zijn. Met name hardlopers of andere duursporters hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van deze achillespees blessure.

Andere factoren die mogelijk bijdragen aan het ontstaan van de klachten zijn: Verhoging van de trainings intensiteit, wijziging van schoenen, het naar binnen zakken van de voet (overpronatie), zwakte van de kuitspier of een verkorte kuitspier, ouder worden en overgewicht.

Klachten en verschijnselen

  • Pijnlijke achillespees of -aanhechting op het hielbeen.
  • De klachten spelen in het beginstadium met name na het sporten op. Later kunnen de klachten ook tijdens het sporten of zelfs continu in rust aanwezig zijn.
  • Pijn bij het op de tenen staan, springen of hinkelen.
  • De pees kan wat dikker zijn.
  • Directe druk op de pees of aanhechting is pijnlijk.

Behandeling bij Alpha fysiotherapie

De oorzakelijke factoren worden achterhaald en hier wordt actie op ondernomen. Meestal in combinatie met echodiagnostiek.  De fysiotherapeutische behandeling bestaat uit excentrische oefeningen voor de achillespees in combinatie met PNE of Epte. Ongeveer 60-90% van de patiënten met een tendinopathie van de achillespees heeft hier baat bij, en is binnen 12 weken van de klachten af wanneer het juiste oefenprogramma gevolgd wordt. Wanneer de aanhechting van de pees aangedaan is, moet de patiënt rekening houden met langer aanhoudende klachten.

Tenniselleboog

Tenniselleboog / epicondylitis lateralis (humeri)

De tenniselleboog is een veelvoorkomende aandoening waarbij pijn aan de buitenkant van de elleboog optreedt. Soms straalt deze uit naar de onderarm, pols en hand. slechts een klein deel van de mensen met een tennisarm, tennist ook daadwerkelijk.

Beschrijving van een tenniselleboog

De spieren die de pols en vingers strekken noemen we de ‘onderarm strekkers ‘. Ze lopen vanuit de hand helemaal door tot aan de buitenkant van de elleboog. Hier hechten ze via pezen aan op het bot van de bovenarm (de humerus). Bij de tennisarm is juist dit peesweefsel ontstoken.

Oorzaak en ontstaanswijze van een tenniselleboog

De oorzaak wordt gevonden in het veelvuldig aanspannen van de onderarm spieren wat overbelasting veroorzaakt. Dit veroorzaakt langdurige trek op het peesweefsel en het botvlies. Meestal ligt het steeds herhalen van dezelfde polsbewegingen ten grondslag aan het ontstaan van de klachten. Denk aan schilderen, computerwerk, tuinieren, poetsen of het werken met een schroevendraaier.

De klachten ontstaan normaal gesproken geleidelijk maar kunnen ook acuut opspelen. Meestal is er dan al langere tijd sprake van degeneratie (=vermindering van kwaliteit) van het peesweefsel, maar gaf dit vooralsnog geen klachten.

Klachten en verschijnselen

  • Het rekken van de onderarm spieren meer pijn
  • Pijn aan buitenzijde van de elleboog, ter hoogte van de harde knobbel.
  • De pijn kan optreden bij krachtig knijpen.
  • Krachtverlies (bijvoorbeeld bij iets bovenhands optillen).
  • Druk op de buitenzijde van de elleboog kan enorm pijnlijk zijn.
  • Mogelijk uitstralende pijn naar onderarm, pols en hand.
  • In sommige gevallen is het volledig strekken van de elleboog pijnlijk.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld aan de hand van het lichamelijk onderzoek. Een simpele thuis-test is het bovenhands oppakken van een stoel. Dit geeft de typische pijnklachten die horen bij een tenniselleboog.

Behandeling bij Alpha fysiotherapie

De behandeling bestaan voornamelijk uit oefentherapie in combinatie met PNE/Epte

Runners knee

Runners knee of Tractus iliotibialis frictie syndroom

Runners knee of Tractus iliotibialis frictie syndroom is een hardloopblessure die ook vaak gezien wordt bij wandelaars of fietsers. De pijn zit aan de buitenkant van de knie en is het gevolg van wrijving tussen de tractus iliotibialis pees en botweefsel van het kniegewricht.

In de literatuur wordt het tractus iliotibialis frictie syndroom ook wel een ‘runners knee’ (lopersknie) genoemd. Dit is echter een verwarrende naam omdat deze term tevens frequent gebruikt wordt voor het patello-femoraal pijnsyndroom.

Hoe ontstaat een runners knee?

De tractus iliotibialis is een peesplaat die zich aan de buitenzijde van het bovenbeen bevindt. Hij loopt helemaal vanaf het bekken tot aan de zijkant van de knie. Tijdens het strekken en buigen van de knie (zoals bij hardlopen) beweegt de peesplaat over een uitstekend botpunt aan de buitenkant van de knie. Dit botpunt noemen we het ‘laterlale epicondyl’ van het bovenbeen.

Tussen de peesplaat en het botpunt zit een soort van glad vetweefsel dat er voor zorgt dat tussen de langs elkaar wrijvende delen niet teveel frictie ontstaat. Wanneer dit wel gebeurt, kan het vetweefsel gaan irriteren. Elke keer als de tractus iliotibialis over het geïrriteerde vetweefsel beweegt, geeft dit pijnklachten aan de buitenkant van de knie. De irritatie kan doordringen tot in het botweefsel.

Oorzaak en ontstaanswijze van een runners knee

De klachten worden meestal veroorzaakt door lange afstand hardlopen of bergwandelingen (met name bij het afdalen). Er zijn een aantal factoren die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een tractus iliotibialis frictie syndroom:

  • Verkeerde looptechniek (bijvoorbeeld het naar binnen draaien van de knie tijdens het hardlopen).
  • O-benen.
  • Schoenen met te hoge ondersteuning aan de binnenkant van de voet.
  • Altijd aan dezelfde kant van een bol wegdek lopen (hierdoor wordt het been aan de buitenkant in een O-stand gedwongen).
  • Een extra puntige of naar buiten uitstekende laterale epicondyl van het bovenbeen.

Klachten en verschijnselen

De klachten ontstaan geleidelijk. De pijn wordt tijdens of direct na het hardlopen (of bergwandelen) gevoeld aan de buitenkant van de knie. In rust is er geen last.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van het lichamelijk onderzoek en het verhaal van de patiënt. Alleen wanneer de klachten onduidelijk zijn kan echografisch onderzoek of een MRI-scan overwogen worden.

Behandeling van een runners knee bij Alpha fysiotherapie

In de eerste drie weken is het belangrijk dat de pees, het geïrriteerde vetweefsel en het bot ontlast worden. Dit kan simpelweg door gedurende deze periode niet te hardlopen of in de bergen te wandelen.

Het wordt aangeraden ondertussen te starten met het trainen van de spieren van de heup en de knie. Daarnaast kunnen specifieke rekoefeningen bijdragen aan een minder strak gespannen tractus iliotibialis.

Voordat de looptraining weer geleidelijk opgebouwd kan worden dienen de oorzakelijke factoren – die de klachten vermoedelijk hebben doen laten ontstaan – weggenomen te worden. Dit kan bijvoorbeeld door een aanpassing van de looptechniek of door ander (beter) schoeisel aan te schaffen.

In een enkel geval kan besloten worden de tractus iliotibialis operatief te verlengen. Hierdoor vermindert de spanning op de pees en neemt de frictie tijdens het lopen af.

KANS (klachten aan de arm nek en/of schouder)

RSI / CANS / KANS / Muisarm

KANS is een verzamelnaam voor ‘klachten aan de arm, nek en/of schouder’. Deze algemene benaming wordt gebruikt voor klachten die pijn, stijfheid, krachtverlies en/of tintelingen in het gebied van de nek tot aan de hand kunnen geven. KANS wordt vaak gezien als een werkgerelateerd probleem. Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Klachten kunnen ook thuis of op het sportveld ontstaan. In de volksmond spreekt men ook wel over een muisarm, tablet-nek, smartphone-pols, gameboy-duim of whatsapp-duim.

Waarom KANS?

KANS is de nieuwe benaming voor klachten die we vroeger RSI noemden. RSI staat voor repetitive strain injury. De naam suggereert dat de klachten altijd het gevolg zijn van het veelvuldig uitvoeren van een bepaalde activiteit of beweging. Omdat dit lang niet altijd het geval is, is de term RSI vervangen door de meer gangbare benaming KANS (klachten aan de arm, nek en/of schouder).

Ongeveer één op de vier werknemers blijkt, in meer of mindere mate, last te hebben van lichamelijke klachten die verband houden met KANS. KANS-klachten hebben een sluipend begin en worden geleidelijk erger als er niets gedaan wordt aan de oorzaak. Deze klachten kunnen grote beperkingen in zowel werk- als privé-omgeving met zich meebrengen.

KANS is in te delen in specifieke en aspecifieke klachten. Enkele specifieke klachten zijn bijvoorbeeld de tennisarm, de golfarm, het thoracic outlet syndroom (TOS) of een peesontsteking. Wanneer geen duidelijke diagnose te stellen is, dan spreken we van aspecifieke klachten.

Oorzaak en ontstaanswijze van KANS

KANS ontstaat meestal door het veelvuldig (eventueel krachtig) uitvoeren van dezelfde handelingen met de arm. Maar ook wanneer iemand langdurig in dezelfde houding verkeerd waarbij de arm, nek of schouders overbelast worden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: lang achter de computer zitten in een verkeerde houding, lopendebandwerk, schilderen, sporten, enzovoorts. Deze klachten ontstaan dus niet op basis van een ongeluk waarbij iemand de arm, nek of schouder blesseert.

Indeling risicofactoren
Er zijn veel factoren bekend die het risico op KANS verhogen. Deze worden verdeeld in drie categorieën:
Categorie 1: De eerste categorie omvat persoonlijke factoren waaronder bijvoorbeeld het vrouwelijk geslacht (vaker kans)  en slechtere lichamelijke conditie.
Categorie 2: De tweede categorie bevat omgevingsgebonden factoren thuis. Hierbij moet gedacht worden aan een slecht ingerichte werkplek of een hoge werkdruk.
Categorie 3: Dan zijn er nog activiteitgebonden factoren die de derde categorie vormen. Hier gaat het om de handelingen die gedaan moeten worden en het gebrek aan afwisseling hierin.

Aan KANS ligt eigenlijk altijd een combinatie van meerdere van bovenstaande factoren ten grondslag.

Klachten en verschijnselen van KANS

Omdat KANS een erg algemene benaming is, kunnen de klachten ook erg uiteenlopen.

De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Pijn en/of stijfheid in nek, schouders, arm of hand.
  • Krachtverlies.
  • Tintelingen.

Andere kenmerken zijn:

  • Klachten ontstaan geleidelijk en worden steeds erger.
  • Klachten verergeren door spanning, drukte of stress.
  • Klachten verergeren wanneer een houding langdurig wordt vastgehouden of wanneer bepaalde bewegingen zich telkens herhalen.

Diagnose

Een arts of fysiotherapeut zal vragen naar de klachten en hoe deze zijn ontstaan. Als klachten ontstaan zijn naar aanleiding van een ongeluk of val, dan is er bij voorbaat al geen sprake van KANS.

Tijdens het lichamelijk onderzoek zal gekeken worden of het gaat om specifieke KANS of aspecifieke KANS. De houding, spierspanning en beweeglijkheid van de gewrichten wordt beoordeeld. Over het algemeen is aanvullend onderzoek bij deze klachten niet nodig.

Behandeling

Het is belangrijk bij beginnende klachten snel te handelen om verergering te voorkomen. De verhouding tussen belasting (dat wat van het lichaam gevraagd wordt) en belastbaarheid (dat wat het lichaam aan kan), dient hersteld te worden.

Wanneer de oorzaak van de klachten niet weggenomen wordt, zullen de klachten ook niet verdwijnen. Samen met een fysiotherapeut kan worden bekeken welke risicofactoren de klachten veroorzaken en/of in stand houden.

De manier waarop met de klachten wordt omgegaan, is erg belangrijk. Tijdens de behandeling zal aandacht besteed worden aan (werk)houding, beweeglijkheid van de gewrichten en lichamelijke conditie. Hoewel het soms lang kan duren, is herstel van KANS over het algemeen goed mogelijk.

Etalagebenen

Arteriële claudicatio intermittens / atheroslerose van de beenvaten / perifeer arterieel vaatlijden

De oorzaak van Etalagebenen komt door een probleem in de bloedvaten. Het staat ook wel bekend als ‘arteriële claudicatio intermittens’. De patiënt klaagt over pijn in de benen die optreedt tijdens bewegen. Door even te stoppen met lopen verdwijnen vaak de meeste klachten, maar zodra er weer gestart wordt, beginnen de klachten na een zelfde loopafstand weer opnieuw.

Arteriële claudicatio intermittens komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar. Tussen de 25 en 44 jaar krijgt slechts 1 op de 2500 mensen met deze aandoening te maken. De naam ‘etalagebenen’ is ontstaan omdat mensen die met deze klachten in een winkelstraat lopen, steeds even stil lijken te staan om een etalage te bekijken. In werkelijkheid doen ze dit om de pijn te laten zakken.

Beschrijving van etalagebenen

Bij etalagebenen  is er sprake van een vernauwing van de beenslagaders. Een neerslag van kalk en vettige substanties blijft aan de binnenwand van de slagaders zitten. We noemen dit plaquevorming. Hierdoor vermindert de bloedtoevoer naar het been toe. Men noemt deze aandoening vaak (ten onrechte) aderverkalking.

De plaques die in de slagaders van de benen blijven steken hopen zich op en kunnen de slagader ernstig vernauwen. Hierdoor is de bloedtoevoer naar de benen toe vermindert. De beenspieren krijgen vervolgens te weinig zuurstof tijdens het lopen waardoor de klachten ontstaan.

Oorzaak en ontstaanswijze

Plaquevorming treedt vaker op bij mensen die roken. Er zijn verschillende risicofactoren die bijdragen aan het ontwikkelen van de aandoening. Denk aan suikerziekte, een hoge bloeddruk en een relatief hoge leeftijd. Daarnaast hebben mannen een verhoogde kans op arteriële claudicatio intermittens. Een gezonde levensstijl kan de klachten voorkomen.

Klachten en verschijnselen van etalagebenen

  • Pijn, kramp, of een moe gevoel in het been tijdens bewegen.
  • Stilstaan of uitrusten vermindert de pijn.
  • De klachten treden op na een vaste loopafstand.
  • De pijn bevindt zich meestal in het onderbeen.
  • De klachten kunnen ook optreden in de bilregio, het bovenbeen, de voetzool en de tenen.
  • De voet van het aangedane been kan kouder aanvoelen of bleek verkleuren.
  • Bij het bergop lopen ontstaan de symptomen eerder.
  • Soms zijn de klachten ook in rust aanwezig.

Behandeling van arteriële claudicatio intermittens

Het is van belang dat de patiënt stopt met roken. Een hoge bloeddruk en suikerziekte dienen behandelt te worden. De patiënt wordt geadviseerd veel aan lichaamsbeweging te doen en een gezond dieet te volgen (vermindering van het gebruik van verzadigde vetzuren).

De fysiotherapeutische behandeling van etalagebenen bij Alpha fysiotherapie bestaat uit looptraining gedurende minimaal drie maanden. Dit levert in bijna alle gevallen een toename van de pijnvrije loopafstand op. Er dient dagelijks drie keer per dag 15-30 minuten gewandeld te worden. Wanneer de pijn optreedt wordt er nog een paar meter extra doorgelopen voordat men stopt. Als de klachten gezakt zijn, wordt er weer verder gewandeld.

De vernauwing in een bloedvat kan door middel van een operatie tijdelijk verholpen worden. Dit heeft echter alleen maar zin als de patiënt zijn levensstijl aanpast.

Piriformis syndroom

Compressie van de nervus ischiadicus

Het piriformis-syndroom kenmerkt zich door pijn in de bil en heup regio. De klachten ontstaan door een diepere bilspier die een zenuw bedrukt. Dit kan ook uitstralende klachten in het been tot gevolg hebben. De diagnose is lastig te stellen. De klachten worden vaak verward met andere aandoeningen.

Beschrijving van de aandoening

De nervus ischiadicus (ischiaszenuw) is de grote heupzenuw die vanuit de bil het been in loopt. Voordat de zenuw het been betreedt, moet hij eerst langs een dieper gelegen bilspier; de piriformis. Hier kan de zenuw bekneld of geïrriteerd raken. Men veronderstelt dat dit komt door een verkorte piriformis, zwelling of een verhoogde spierspanning.

Oorzaak en ontstaanswijze

De klachten ontstaan na een ongeluk of val op de bil, of kunnen het gevolg zijn van een anatomische afwijking. Het verloop van de nervus ischiadicus ten opzichte van de piriformis is namelijk niet bij iedereen gelijk. De zenuw kan onder de spier door lopen (in 85% van de gevallen) of er gedeeltelijk doorheen lopen (in 15% van de gevallen) of er gedeeltelijk overheen lopen (in 0,5% van de gevallen).

Klachten en verschijnselen

  • Pijn in de bilstreek.
  • Zitten verergert de klachten.
  • Er is diepe drukpijn midden op de bil.
  • De klachten kunnen toenemen tijdens het fietsen of hardlopen.
  • Soms straalt de pijn uit naar het been in het verloop van de zenuw.
  • Het (passief) naar binnen draaien van de heup kan pijnlijk zijn.
  • Het buigen van de heup met gestrekte knie kan de klachten provoceren (SLR-test).
  • Normaal gesproken is er geen sprake van rugpijn.

Behandeling

Door middel van fysiotherapie kan de spierspanning (tonus) van de piriformis verminderd worden. Mobiliserende technieken worden ingezet om de vrije ruimte van de nervus ischiadicus te optimaliseren. Daarnaast wordt oefentherapie toegepast.