Alpha Fysiotherapie Alpha Fysiotherapie
Afspraak maken

Artrose schouder

Artrose van de schouder (slijtage)

Artrose is een aandoening aan het kraakbeen in de gewrichten, ook wel ‘gewrichtsslijtage’ genoemd. Artrose kan veel klachten geven, zoals pijn en stijfheid.

Normaal gesproken kan een schoudergewricht soepel bewegen. Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom, die vastzit aan het schouderblad en de kop van de bovenarm. Om het gewricht bevindt zich een gewrichtskapsel. Om te zorgen dat een gewricht soepel kan bewegen, zijn de botuiteinden bekleed met kraakbeen. Bovendien bevat het gewricht vloeistof die de botuiteinden ‘smeert’ en helpt bij het opvangen van schokken.

Bij artrose verslechtert de kwaliteit van het gewrichtskraakbeen en soms verdwijnt het zelfs helemaal. Bovendien neemt de hoeveelheid vloeistof in het gewricht af. Daardoor kunnen de botten over elkaar schuren wat pijn veroorzaakt.

Wat zijn de oorzaken van schouderartrose?

Artrose van de schouder kan verschillende oorzaken hebben. Vaak ligt de oorzaak bij de veroudering van het gewricht. Maar artrose kan ook veroorzaakt worden door een massale scheur van de pezen (cuffarthropathie), door eerder letsel aan de schouder of door een chronische ontsteking zoals reumatoïde artritis.

Klachten en symptomen artrose

In welke levensfase komt het voor?
Doordat het kraakbeen afneemt in hoeveelheid en kwaliteit als men ouder wordt komt artrose vooral voor op oudere leeftijd.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Pijn is één van de meest voorkomende symptomen van artrose in de schouder. Deze pijn kan voortdurend aanwezig zijn (ook ’s nachts in rusttoestand), maar het is ook mogelijk dat de pijn uitsluitend aanwezig is bij het bewegen van de schouder. Bij artrose door een massale scheur van de pezen kunt u de arm vaak helemaal niet meer optillen en niet meer met de hand bij de mond komen. Daarnaast kan men last hebben van een krakende schouder, bij het bewegen maakt de schouder dan geluid.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Patiënten met schouderklachten worden gezien op ons schouderspreekuur. Om uw klachten goed in beeld te brengen, vragen wij u vooraf digitaal 2 vragenlijsten in te vullen. De ingevulde vragenlijksten worden aan uw dossier toegevoegd. Het is daarom van belang dat u de lijst zo goed en compleet mogelijk invult. indien u niet de mogelijkheid hebt de vragenlijst digitaal in te vullen, is er een mogelijkheid deze schriftelijk in te vullen.

Op de dag van het polibezoek zal er eerst een röntgenfoto van de aangedane schouder worden gemaakt, tenzij deze al recent gemaakt is. Vervolgens wordt u eerst gezien door één van onze schouderfysiotherapeuten, die een masteropleiding in manuele- en/of sportfysiotherapie gevolgd hebben.

Deze heeft een eerste gesprek met u, verricht een lichamelijk onderzoek en maakt een echografie van de schouder. Daarna komt de orthopedisch chirurg bij u en wordt alles op een rijtje gezet om tot een goede diagnose en behandelplan te komen. De twee afspraken samen duren ongeveer 30 – 45 minuten. We hopen u zo in één bezoek een diagnose en een behandelplan te kunnen bieden.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Er worden röntgenfoto’s van de schouder gemaakt. Deze foto’s tonen een eventuele versmalling van het gewricht en extra botgroei. Een echo laat vaak vocht en kapselverdikkingen zien. Afhankelijk van de bevindingen bij het onderzoek zal uw orthopedische chirurg een CT-scan laten maken om de mate van slijtage in de schouder te bepalen of een MRI-scan om de pezen te beoordelen.

Behandeling

Nadat de diagnose is gesteld bepaalt de orthopedisch chirurg, in overleg met u en de fysiotherapeut, de meest effectieve behandeling. Vaak is de eerste stap een niet-operatieve (conservatieve) behandeling.

Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

De behandeling van schouder artrose is in de eerste plaats conservatief. Bij beperkte klachten zal de orthopedisch chirurg eerst voorstellen om in behandeling te gaan bij de fysiotherapeut, gecombineerd met pijnmedicatie.

Als deze pijnmedicatie niet afdoende is, dan kan de orthopedisch chirurg beslissen tot het zetten van een injectie met een combinatie van een verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden) in het schoudergewricht.


De kans op bijwerkingen na een injectie is laag. De eventuele pezen en het kraakbeen worden bewezen niet aangetast door een enkele injectie. 
Bij mensen met suikerziekte die insuline gebruiken kan de suikerwaarde na een injectie gedurende een kortere periode wat meer schommelen, het is daarom verstandig de eerste 48 uur na de behandeling het bloedsuiker vaker te testen en de insulinedosering hierop aan te passen.


Vrouwen kunnen opvliegers of een rood gelaat krijgen na een injectie, zelden ontstaat er vaginaal bloedverlies.\

Operatieve behandeling

Wanneer de conservatieve behandeling niet het gewenste effect heeft, kan de orthopedisch chirurg samen met de patiënt besluiten tot een operatie, het plaatsen van een schouderprothese.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren schouder wordt verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok door de anesthesist toegediend door een prik in uw hals.

Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Om de kans op een infectie zo klein mogelijk te maken wordt iedereen die een schouderprothese krijgt voorbehandeld met BPO crème.  De informatiebrief hieromtrent krijgt u op de polikliniek mee. 

Tijdens de operatie
Er zijn verschillende soorten schouderprotheses; de belangrijkste zijn een hemiprothese, een totale schouderprothese en een omgekeerde schouderprothese (reverse). Bij deze protheses wordt een deel van de schouder of de gehele schouder vervangen. De levensduur van een schouderprothese is afhankelijk van het type prothese.

Hemi schouderprothese
Een hemi schouderprothese is een prothese waarbij alleen de kop van de schouder wordt vervangen, de kom wordt schoongemaakt, maar niet vervangen door een kunstkom (zie afbeelding 3). Hier wordt voor gekozen omdat een kunstkom een beperkte levensduur heeft; deze kan na een aantal jaar los gaan zitten.

Het nadeel van het niet-vervangen van de kom is dat een deel van de pijn kan blijven bestaan doordat de metalen kop beweegt over het versleten oppervlak van de kom. Ondanks dat de pijn met deze methode minder snel verdwijnt in vergelijking met een totale schouderprothese, is het voordeel van een hemi prothese dat er geen risico bestaat op loslating van de kunstkom.

Bij jongere mensen wordt vaker voor deze methode gekozen, die langer profijt moeten hebben van de prothese. Uw orthopedisch chirurg bespreekt op de polikliniek welke behandeling u krijgt.