Alpha Fysiotherapie Alpha Fysiotherapie
Afspraak maken

Gebroken sleutelbeen

De sleutelbeenbreuk (claviculafractuur) is één van de meest voorkomende botbreuken. De breuk geneest bijna altijd gemakkelijk en er ontstaan zelden complicaties. Bij kinderen is meestal sprake van een ‘twijgbreuk’. Dit betekent dat het bot gebroken is, maar het beenvlies dat er omheen zit, nog heel is.

Oorzaak

Meestal ontstaat een botbreuk (fractuur) door lichamelijk letsel. Een fractuur van het sleutelbeen kan ontstaan doordat iemand valt met een uitgestrekte hand. Bij pasgeborenen kan het sleutelbeen breken door een moeilijke bevalling. 

Het sleutelbeen kan ook breken zonder dat er sprake is van lichamelijk letsel. Bijvoorbeeld door botkanker of botontkalking die het sleutelbeen aantast. Ook regelmatige minder sterke belasting kan maken dat het sleutelbeen breekt. Dit heet een stressfractuur, ofwel een fractuur door overbelasting. Dit kan het gevolg zijn van sporten zoals tennis, zwemmen, duiken en sporten die met gooien te maken hebben. 

Een sleutelbeenfractuur waarbij het middengedeelte van het sleutelbeen is gebroken komt het meest voor, zowel bij kinderen als volwassenen. Een sleutelbeenfractuur van de uiteinden komt veel minder vaak voor.

Symptomen

Een sleutelbeenfractuur veroorzaakt blauwe plekken, zwelling en pijn in het gebied rond de fractuur. Soms is te zien dat het gebied vervormd is. 

Het gebied rond de fractuur is overgevoelig bij aanraking en doet pijn als iemand zijn arm probeert te bewegen. De aangetaste arm hangt naar beneden en naar voren. Iemand met een sleutelbeenfractuur buigt zijn hoofd soms naar de aangetaste kant omdat dit prettiger voelt. De gebroken gedeelten zijn door de huid te voelen, omdat het sleutelbeen direct onder de huid ligt. 

Iemand kan het gevoel in de aangetaste arm kwijtraken. Ook kan de arm slap aanvoelen. Dat komt door beschadiging van het belangrijke netwerk van zenuwen van de bovenste ledematen en van belangrijke bloedvaten.

Diagnose

De diagnose is gebaseerd op iemands klachten en symptomen. Ook wordt er een lichamelijk onderzoek gedaan. Soms is het nodig om het met beeldvormende technieken, zoals röntgenfoto’s, vanuit verschillende hoeken en CT-scans precies vast te stellen.

Behandeling

De meeste sleutelbeenfracturen worden conservatief (zonder operatie) behandeld. Dit gebeurt door de arm te ondersteunen en gedeeltelijk onbeweeglijk te maken met een draagdoek (mitella), totdat de pijn afneemt. 

Als de fractuur duidelijk heeft geleid tot een vervorming van het sleutelbeen, wordt de breuk zonder operatie gezet (repositie van de breuk). Om de nek wordt dan een bandage in de vorm van een acht aangebracht, die voor de borst langsloopt en zo de botfragmenten op zijn plaats houdt. De bandage moet door volwassenen 6 à 8 weken worden gedragen. Door kinderen ongeveer 3 à 4 weken. Bij pasgeborenen geneest het vanzelf en vindt er geen behandeling plaats. 

Als de mitella af mag moet meteen worden begonnen met oefeningen voor de schouders. Reden is dat deze niet verstijven en iemand het gebied uiteindelijk weer volledig kan bewegen. Dit kan zelfstandig worden gedaan of onderbegeleiding van een (oefen)therapeut. Meestal geneest een sleutelbeenfractuur zonder complicaties. De zwelling op de plaats van de botbreuk neemt meestal langzaam af na een aantal weken. 

Operatie 
Als de breuk niet geneest zonder operatie moet hij met een operatie worden gezet. Eerst worden de gebroken uiteinden van het sleutelbeen bij elkaar gebracht. Daarna worden ze aan elkaar gezet met een hulpmiddel zoals een pen, schroef of plaatje. 

Bij ernstige fracturen van het schouderuiteinde van het sleutelbeen wordt de breuk hersteld door het sleutelbeen voorzichtig naar beneden te trekken en het vast te schroeven aan het schouderblad (scapula). Deze fixeringshulpmiddelen moeten later weer worden weggehaald.

Complicaties

Soms groeit een bot bij volwassenen weer samen met een verdikking, waardoor iemand op die plaats een bobbel overhoudt. Dan kan het bot worden afgevlakt met een cosmetische ingreep. 

Ook kan het voorkomen dat de botfragmenten niet helemaal samengroeien. Of ze groeien samen in een ongewone positie. Daardoor wordt het bot korter en treedt er vervorming op. Bij kinderen herstelt dit meestal, maar bij volwassenen niet altijd. 

Als er niet vroeg genoeg wordt begonnen met bewegingsoefeningen, kunnen de schouder en de arm aan de kant van de sleutelbeenfractuur verstijven. Soms duurt het vrij lang voor iemand het gebied weer normaal kan bewegen. 

Soms raken de longen en het longvlies beschadigd. Dit is een levensbedreigende situatie die onmiddellijk moet worden behandeld.